Controle van installaties

De ‘Inspectierichtlijn 2016; Uitvoering controles artikel 24 Drinkwaterwet’ (versie 4.3 van 1 maart 2016 van de Inspectie Leefomgeving en Transport) bevat de invulling van de controletaak volgens Artikel 24 van de Drinkwaterwet (lid 2 voor de primaire of toestelbeveiliging en lid 1 voor de secundaire of frontbeveiliging). De controletaak wordt uitgevoerd door de drinkwaterbedrijven in het kader van het toezicht dat aan de Inspectie Leefomgeving en Transport is opgedragen. Belangrijk zijn een verdere uniformering van de beoordeling van installaties en doorvoering van het lik-op-stuk-beleid bij gebreken in de naleving van de verplichtingen in het kader van legionella-preventie.
In de Inspectierichtlijn is aangegeven waarop de drinkwaterbedrijven bij controles van drinkwaterinstallaties letten. De uitvoering van de wettelijke controletaak van de drinkwaterbedrijven wordt onderling en met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) afgestemd in het Platform Controle en Handhaving (PCH), dat als volgt is samengesteld:

  • Jørgen Hornung (PWN);
  • Robert Groeneveld (Dunea);
  • Jasper Meerman (Oasen);
  • Peter Berends (Waterbedrijf Groningen);
  • Leonard Treur (Waternet, voorzitter);
  • Felix Timmermans (WMD Drinkwater, vice-voorzitter);
  • Michel Bos (WML);
  • Marcel Hiehle (Brabant Water);
  • Rick Langen (Evides Waterbedrijf);
  • Theo Hofman (Vitens);
  • Hans de Vries (ILT);
  • Sylvia Burgmans (ILT);
  • Simcha Geleynse (Kiwa Nederland, secretaris namens de ‘samenwerkende drinkwaterbedrijven’);
  • Lieke Coonen (Vewin, agendalid).

De controlefrequentie van bestaande installaties is afhankelijk van de risicoklasse. De risicoklasse-indeling bepaalt de mate van gezondheidsrisico voor gebruikers van leidingwaterinstallaties, zowel via de tap als terug geleverd via het leidingnet naar andere verbruikers. Die indeling gebeurt op basis van het document ‘Risicoklasse-indeling van drinkwaterinstallaties’ (versie 3.4 van augustus 2018 van Vewin). De volgende klassen worden onderscheiden:

  • Risicoklasse 1: geen;
  • Risicoklasse 2: steekproefsgewijs;
  • Risicoklasse 3: eenmaal per 9 jaar;
  • Risicoklasse 4: eenmaal per 6 jaar;
  • Risicoklasse 5: eenmaal per 3 jaar.

Bij de uitvoering van de controletaak door de drinkwaterbedrijven wordt de eigenaar van de drinkwaterinstallatie zo nodig aangesproken op verbetering van de veiligheid van de installatie. In de Inspectierichtlijn staat dat ernstige overtredingen met belangrijke nadelige risico’s voor de gezondheid van de gebruiker van drinkwater worden overgedragen aan de Inspectie. De Inspectie handelt overeenkomstig het document ‘VROM-Inspectie-Procedure 2010 handhaving regels voor aangesloten drinkwaterinstallaties; VIP drinkwaterinstallaties 2010’.